La Vuelta España 2021 Parcours



door Bram Ruber en Patrick Brok



Op zondag 14 augustus start de Vuelta Espagna. De afgelopen twee edities werden gewonnen door niemand minder dan TJV’s Sloveens kopman Primoz Roglic. Kan hij ook dit jaar de Ronde van Spanje naar zijn hand zetten?



Etappe 1: Burgos - Burgos (8 km)



De start van de ronde is gesitueerd in en rondom Burgos. De proloog van 7,1 kilometer biedt meteen kansen voor de klassementsrenners om wat tijd goed te maken, al zullen de verschillen natuurlijk miniem zijn. Er is één heuveltje opgedeeld in twee stukken aan het begin van de tijdrit te vinden. Het is een prachtige klim naar het kasteel van Burgos waarna een snelle afdaling en vlak stuk verzekeren dat er grote snelheden gehaald zullen worden. Het profiel doet denken aan de openingstijdrit van de Giro vorig jaar, die werd gewonnen door een echte hardrijder (Ganna). Een voorbode?





Etappe 2: Caleruega – Burgos (166,7 km)



De tweede etappe vertrekt vanuit Caleruega en voert wederom naar Burgos. De etappe is zo vlak als een biljartlaken en zo vroeg in de ronde lijkt een sprint onvermijdelijk (tenzij er een Taco van der Hoorntje plaatsvindt).





Etappe 3: Santo Domingo de Silos – Picón Blanco (202,8 km)



Het is de derde etappe en er is al zeker een dag niet meer geklommen: tijd voor wat bergen (zo stel ik mij voor dat een gemiddelde vergadering bij de organisatie gaat). Na een op en aflopende openingsfase komen de renners op eerste top na 39 kilometer, de Puerto de Manquillo, een klim van 7,2 kilometer à 4,3%. Over glooiende wegen gaat het naar de finale. Die wordt geopend met de Alto de Bocos, een klimmetje van 2,8 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage 6,3% waar op de top boni’s liggen.


Daarna volgt de Picón Blanco in een plaatsje op een hoogte van 762 meter en de race finisht bij een verlaten militaire basis op 1.468 meter. Het gemiddelde stijgingspercentage is 9,3% maar grote delen van de 7,6 kilometer lange klim lopen met dubbele cijfers omhoog. Het zwaarste deel begint vanaf kilometer 3. De slotklim is bekend uit de Ronde van Burgos. Mikel Landa (2017), Miguel Ángel López (2018), Iván Sosa (2019) en Remco Evenepoel (2020) waren de winnaars de voorbije jaren. De Vlaming versloeg vorig jaar een van vorm blakende George Bennett. Afgelopen week was Romain Bardet de beste.





Etappe 4: El Burgo de Osma – Molina de Aragón (163,9 km)



De renners fietsen in etappe 4 van de Vuelta in 163,9 kilometer van El Burgo de Osma naar Molina de Aragón. Het parcours voert over vlakke tot glooiende wegen. Grote kans op een sprint. De snelle mannen moeten er wel rekening mee houden dat de laatste lijn licht oploopt.





Etappe 5: Tarancón – Albacete (184,4 km)



Ook in etappe 5 worden de sprinters in de watten gelegd. 184,4 kilometer van Tarancón naar Albacete gaat zijn zo vlak als de Noordoostpolder. Niets staat een massasprint in de weg, of het zouden waaiers moeten zijn.





Etappe 6: Requena – Cullera (158,3 km)



Ook de zesde etappe lijkt op het eerste gezicht een sprint te worden, ware het niet dat er gefinisht wordt op een slotklim (1,9km á 9,4%) die de rit ideaal voor puncheurs maakt. Kansen voor Roglic die die de andere Sloveen (u weet wel wie) als etappewinnaar in Cullera kan opvolgen?





Etappe 7: Gandía – Balcón de Alicante (152 km)



Op de zevende dag van deze Vuelta zijn de eerste echte bergen te bewonderen. En niet zomaar een paar, want et wordt meteen uitgepakt met een helse etappe van 152 kilometer waar 6 gecategoriseerde hellingen bedwongen moeten worden, inclusief de slotklim richting ‘Balcon de Allicante’. De eerste, is de Puerto la Llacuna, een klim van 9,4 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 6,2%. Na 55 kilometer koers doemt de Puerto de Benilloba op, en dat betekent 3 kilometer omhoog fietsen tegen 3,5%. Eenmaal boven is het afdalen en gelijk weer klimmen. De volgende, de Puerto El Collao is 9,5km tegen 4,6%. Allemaal nog niet heel lastig en ook De Puerto de Tibi is met 5,3 kilometer à 5,3% op papier ook geen lastige beklimming. Maar omdat dit de zoveelste helling van de dag is, doet die de renners wel pijn. Na een korte afdaling volgt het hoofdgerecht: de slotklim naar Balcón de Alicante. Een onregelmatige beproeving van 8,4 kilometer lang. Met name de tweede helft is lastig, met een gemiddeld stijgingspercentage van een kleine 10%, al loopt de weg in de laatste paar honderd meter weer licht af. Het gemiddelde is 6,2%





Etappe 8: Santa Pola – La Manga del Mar Menor (173,7 km)



Zondag is het weer sprinten geblazen. De wegen leiden de renners langs de Zuid-Spaanse kust van Santa Pola naar La Manga del Mar Menor.





Etappe 9: Puerto Lumbreras – Alto de Velefique (188 km)



Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Sed malesuada faucibus ex nec ultricies. Donec mattis egestas nisi non pretium. Suspendisse nec eros ut erat facilisis maximus. In congue et leo in varius. Vestibulum sit amet felis ornare, commodo orci ut, feugiat lorem.




Etappe 10: Roquetas de Mar – Rincón de la Victoria (189 km)



Na de rustdag staat er een verraderlijk ritje op het programma. In etappe 10 wordt er van Roquetas de mar naar Rincón de la Victoria gereden in 190km, wederom gesitueerd in de gebieden rond de Spaanse zuidkust. Het verraderlijke manifesteert zich in een klimmetje op 20 kilometer van de meet, waar 5 kilometer lang tegen een gemiddelde van 8% geklommen moet worden. Boven is er nog 15 kilometer te gaan, op zich genoeg om een gat goed te maken maar het kan zomaar een kat-en-muis-spel worden.





Etappe 11: Antequera – Valdepeñas de Jáen (133,6 km)



De etappe naar Valdepenas is geen onbekende aankomst, in de beginjaren van de vorige decennium stond deze muur regelmatig op het programma. 3x won hier een Spanjaard: Rodriguez, Anton en Moreno. De slotklim is kort maar zeer steil met percentages tot 30%. Het is een verraderlijke etappe maar de verschillen tussen de favorieten zijn meestal niet heel erg groot. De kans dat een kopgroep het tot de finish haalt is trouwens niet uitgesloten gezien wat de renners in de dagen erna nog te wachten staat.





Etappe 12: Jaén – Córdoba (175 km)



Op dag twaalf is een etappe naar Córdoba uitgetekend van 175 km. De kans is aanwezig dat een vluchtgroep mag uitmaken wie de rit gaat winnen. De renner moet in elk geval goed een heuvel over kunnen. In de laatste 50 kilometer krijgen de renners namelijk twee bergjes voor de kiezen. Met name de tweede klim, de Alto del 14% is een lekkere kuitenbijter met stijgingspercentages tot, jawel u raadt het al, de 14%. Vanaf de top is het nog een kilometer of 17 naar de finish. Het kan zowel een dag voor de aanvallers zijn als voor de sterke sprinters. Denk aan Matthews of Trentin. In de afgelopen 15 jaar wonnen hier achtereenvolgens Bettini (2006), Boonen (2008), Boom (2009), Sagan (2011) en Degenkolb (2014).





Etappe 13: Belmez – Villanueva de la Serena (203,7 km)



Over etappe 13 van Belmez naar de debuterende finishplaats Villanueva de la Serena kunnen we erg kort zijn. Dit wordt gegarandeerd een massasprint. Geen boobytraps of een Spaans vlakke aankomst, gewoon zo hard mogelijk naar de finishstreep rijden. Welke ploeg heeft zijn sprinttrein het beste op orde?





Etappe 14: Don Benito – Pico Villuercas (165,7 km)



De klassementsrenners en klimmers komen op de derde zaterdag van deze Vuelta weer aan hun trekken. Don Benito is de startplaats. Het klinkt als een louche drugsbaron, maar het is ‘gewoon’ een stadje in de regio Extremadura. Na zo’n 50 kilometer gaat de weg voor het eerst omhoog, maar dat is nog peanuts over wat er komen gaat. Halverwege koers bedwingen de renners een 3e categorieklim, gevolgd door de steile Alto Collado de Ballesteros (1e categorie, 2,8 kilometer à 14%). De afdaling is ook noemenswaardig, want de renners zullen deze op het eind van de dag nog eens tegenkomen als ze richting de finish rijden. Ze doen er dan alleen nog een paar kilometer bij op weg naar Pico Villuercas (14,5 km à 6,2%).





Etappe 15 – Navalmoral de la Mata – El Barraco (197,5 km)



Het peloton trekt in de 15e etappe richting het midden van Spanje. De dag voor de rustdag moeten de renners nog eens vol aan de bak, met onderweg 2 beklimmingen van de eerste, één van de tweede en één van de derde categorie. Het is een verraderlijke etappe, waar mogelijk klimmers die hun klassementsambities hebben moeten parkeren een succes kunnen boeken.


Op 70 kilometer van de finish in El Barraco begint de monsterklim Puerto de Mijares (20,4 km à 5,4%). Hij is niet steil, maar door de lengte gaat het sowieso pijn doen. In volle finale ligt nog een bergje die mogelijk de beslissing gaat geven voor de dagzege.





Etappe 16: Laredo – Santa Cruz de Bezana (180 km)



Een opwarmertje voor de loeizware slotweek in de Vuelta. Dat kun je zeggen over de zestiende etappe van badplaats Laredo naar Santa Cruz de Bezana. De weg loopt regelmatig omhoog, maar dat hoeft voor de rappe mannen van het peloton ook geen probleem te zijn. Grote kans dat we vandaag opnieuw de sprinters aan het werk zien. Wie wordt de koning van de sprint in deze Ronde van Spanje?





Etappe 17: Unquera – Lagos de Covadonga (185,8 km)



De Lagos de Covadonga is een berg die de laatste 40 jaar erg vaak wordt opgenomen in het etappeschema van de Vuelta. Het wordt de 21e keer. De laatste 2 winnaars? Pinot (2018) en Quintana (2016). Vooral de overwinning van Nairoman zullen de TJV-fans nog goed herinneren, want Robert Gesink oogde erg sterk, reed lang solo op kop, maar kon de latere Vueltawinnaar niet bijbenen toen hij hem een paar kilometer voor de finish passeerde.


De etappe begint met een pukkeltje van de derde categorie, maar vervolgens doemt tweemaal de Collada Llomena op. Een pittige beklimming met stroken in de dubbele cijfers (7,6 km à 9,3%). Na de tweede afdaling volgt een stukje in het dal om vervolgens de Lagos de Covadonga te beklimmen. De stijgingspercentage 12,5 km à 6,9% is vertekend, omdat er ook dalende stukken in zitten. Mannen die de bolletjestrui willen winnen, zullen hier zeker in de aanval trekken. Of wordt het een strijd tussen dé klassementsmannen? Al zullen zij ook al met de dag van morgen bezig zijn. Je kunt je in elk geval geen slechte dag veroorloven. Dit wordt smullen!





Etappe 18: Salas – Alto de Gamoniteiru (162,6 km



De koninginnenrit van de Vuelta wordt op donderdag 2 september verreden. Dus neem vrij, kijk de livestream óf volg natuurlijk ook onze livetweets. De etappe is nog geen 160 kilometer lang maar kent wel meer dan 5000 hoogtemeters. Het is de laatste échte kans voor pure klimmers om iemand als Primoz Roglic in verlegenheid te brengen, omdat op de slotdag de lange tijdrit nog wacht.


Vanuit de start loopt de weg langzaam omhoog. Een risico voor de slechtere klimmers als het tempo direct de hoogte in gejaagd wordt om later die middag binnen de tijdslimiet te finishen. Na 40 kilometer begint de eerste klim. De Puerto de San Lorenzo is 9,9 km lang en kent een gemiddelde van 8,6%. Na de afdaling volgt direct de volgende eerste categorieklim. Als er al flink gekoerst wordt op de Alto de Cobertoria (7,9 km à 8,6%), dan kunnen sommige renners misschien snel geïsoleerd komen te zitten. Laten we hopen dat Team Jumbo-Visma in deze fase van de wedstrijd nog op volle oorlogssterkte is.


Na de afdaling, een stuk vlakke weg en een opwarmertje van derde categorie volgt het klapstuk: de Alto de Gamoniteiro. Deze monsterklim is vrijwel continu in de dubbele cijfers (14,6 km à 9,8%) en is erg smal. Daarmee is het één van de meest gevreesde klimmen in Spanje. Het is niet voor niets nu voor het eerst opgenomen in de Vuelta. Vuurwerk!





Etappe 19: Tapia – Monforte de Lemos (191,2 km)



We gaan het slotweekend van de Vuelta in met een rit over een kleine 200 kilometer. Deel 2 van de etappe is uitgestippeld voor de sprinters, maar omdat het begin van de etappe met 3 bergen méér dan lastig is, is er een grote kans dat vandaag een (grote) groep vluchters gaan uitvechten wie met de bloemen mag zwaaien aan het eind van de middag. Vorig jaar lag de finishplaats Monforte de Lemos ook op de route. Toen won Tim Wellens.





Etappe 20: Sanxenxo – Mos (202 km)



In etappe 20 trekt het peloton in het uiterste noordwesten van Spanje van Sanxenxo naar Mos. Het wordt een etappe met twee gezichten: deel 1 is nog redelijk eenvoudig met ongecategoriseerde klimmen, deel 2 is een soort mini-Luik-Bastenaken-Luik. Liefst vijf beklimmingen volgen elkaar in rap tempo op. Achtereenvolgens moeten de renners de Alto de Vilachán, de Alto de Mabia, de Alto de Mougás en Alto de Prado beklimmen, alvorens de slotklim opdoemt.


De Alto Castro de Herville van bijna 10 kilometer heeft bescheiden stijgingspercentages van 4,8%, maar is zeer onregelmatig. De winnaar van vandaag moet een serieuze klepper zijn. Zijn het de klassiekerrenners of de klassementsrenners die gaan zegevieren? De ruim 200 kilometer lange etappe langs de kust en door het binnenland van Galicië wordt sowieso een etappe waar iedereen van begin tot eind gefocust zal moeten zijn.





Etappe 21: Padrón – Santiago de Compostela (33,7 km)



De Vuelta van 2021 eindigt niet met een massasprint in Madrid, maar met een lastige individuele tijdrit naar Santiago de Compostela. Wat dat betreft blijft de spanning om de podiumplekken er waarschijnlijk tot de laatste dag inzitten. Kan Primoz Roglic hier voor de derde keer op rij de rode trui winnen? De race tegen de klok is de kersvers Olympisch kampioen tijdrijden op zijn sterke lijf geschreven.


Het bedevaartsoord was in 2014 ook het slotstuk van de Vuelta. Tijdrijder Malori won toen, terwijl Contador zijn derde eindzege in de wacht sleepte. In 1993 kwam Zülle in deze stad nog angstig dichtbij eindwinst in de Vuelta, maar zijn tijdritzege bleek niet genoeg om Rominger van het hoogste schavot af te duwen.