Rick Pluimers





15.4.2021



“Ik ben een beetje zo’n Ardennen en Limburg renner"


Het wielrennen zit in zijn klassiekerperiode. De kasseien liggen nog maar net achter ons, of de heuvels doemen alweer op. Het is daarom de perfecte tijd om op zoek te gaan naar een nieuw, Nederlands klassieker talent. Gelukkig rijdt er zo’n renner bij de Jumbo-Visma academy en hij luistert naar de naam Rick Pluimers.


De Academy



De twintigjarige Rick Pluimers komt uit Enter, sinds 2020 rijdt hij bij het development team van Jumbo-Visma. Het contact tussen hem en de ploeg ontstond in april 2019. “In april, of iets ervoor, werd ik door ploegleider Jan Boven gevraagd. Ik ken hem wel goed. Hij vroeg of ik naar een infoavond wilde over de academy van Jumbo-Visma.” Lang hoefde hij er niet over na te denken, het is namelijk wel Jumbo-Visma die je vraagt. “Ja tuurlijk, Jumbo-Visma is wel een naam, dus dat leek mij wel interessant. Het verhaal dat ze vertelden met de plannen was echt wel goed. Het is namelijk vooral op onze ontwikkeling gericht, dus dat sprak mij heel erg aan.” Na de infoavond volgde er snel een test en die cijfers waren goed genoeg om later een handtekening te zetten.


Beter worden op alle gebieden


Bij de beloftenploeg draait het vooral om de persoonlijke ontwikkeling van jonge welrenners, zodat zij het beste uit zichzelf kunnen halen. Na het eerste jaar is Olav Kooij al overgeheveld naar de hoofdmacht, een goed begin dus. Het draait bij de ploeg niet alleen om prestaties en fysiek sterker worden. Het mentale deel van het wielrennen is net zo belangrijk en wordt vaak onderschat en soms zelfs vergeten. Rick zelf merkt dit ook. Hij is in zijn eerste jaar fysiek sterker geworden. Hij merkt verschil op het lange werk, maar ook zijn explosiviteit is verbeterd. Uiteindelijk is op het mentale stukje nog de grootste winst te boeken. “Dat je echt vertrouwen krijgt in je eigen kunnen en dat je daardoor nog net wat meer een verschil kan maken. Het is natuurlijk een samenloop van fysiek en mentaal, om de laatste punten te verbeteren.”


Iedereen in de academy stelt doelen voor zichzelf, dit is belangrijk om gemotiveerd te blijven. De ploeg is hier veel mee bezig. Het doel is om zelfstandig denkende beroepswielrenners te maken, zo vertelt Rick. “Dat je ook zelf weet waarom je een bepaalde oefening in training doet en waarom je veel met je voeding bezig moet zijn. Het is de bedoeling dat je het zelf begint te snappen en ziet wat het allemaal inhoudt, zodat je daarin jezelf weer kan ontwikkelen. Profwielrennen is meer dan alleen hard fietsen en daar helpen ze ons echt heel erg in. Het is echt heel interessant om er zo mee bezig te zijn.”


In de staf rond de beloftenploeg zit veel kennis, allemaal kunnen ze je op hun eigen gebied iets bijbrengen. “Sierk-Jan de Haan is mijn trainer, dus daar leer ik op training gebied veel van. Robert de Groot traint ook veel jongens, maar mij dan weer niet. Hij geeft ook veel tips, vooral op het mentale gebied, hoe je moet denken en dat soort dingen. Robert geeft ook aan hoe het op grote lijnen met onze ontwikkeling gaat. Van Robert Wagner kan je natuurlijk heel veel leren op koersgebied zelf met al zijn ervaring, dus dat is ook wel heel gaaf.”


Kasseien en klassiekers


Rick beschrijft zichzelf als volgt: “Ik houd vooral van de voorjaarsklassiekers en van klimmetjes onder de tien minuten, zodat het wat meer op de kracht en de punch is. Ik ben een beetje zo’n Ardennen en Limburg renner.” Volgens sommigen behoort hij tot de grootste talenten van Nederland. De eerste tekenen zijn zeker niet slecht. Vorig jaar werden er bijvoorbeeld mooie resultaten geboekt in de Antwerp Port Epic en de Craft Ster van Zwolle. Dit jaar werd er al een zesde plek geboekt in Paris-Troyes. Kasseien of heuvels, dat maakt niet uit. “Allebei, maar de kasseien zoals Roubaix heb ik nog niet gedaan, dus dat weet ik nog niet. Vorig jaar heb ik koersen met gravel en alles gehad, dat soort zware koersen liggen mij wel.”


Of dit dan ook de renner is die hij wil blijven is erg lastig, alleen focussen op kasseien is geen goed idee. “Ik heb dit jaar gezegd dat ik tijdens de kasseien goed wil zijn, maar dat zijn er niet zoveel. Aan het begin van het jaar zijn er een paar en daarna zijn het natuurlijk allemaal etappekoersen. Echt puur focussen op kasseien, dat is voor het begin wel mooi, maar je hebt natuurlijk ook die etappekoersen daarna. Ik wil me daarin dus wel echt ontwikkelen en beter worden op die langer durende koersen. Zodat ik niet na dag drie een terugval heb of dat soort dingen.” In de meerdaagse koersen wordt het vooral aanvallen, want klimmen is niet het sterkste punt van Rick. “Ja ik denk dat het wel meer voor de etappes is en niet voor een klassement. Als het echt voor een lange tijd klimmen is, dan kan ik dat niet zo goed. Maar ja, dat is ook weer iets waarin je moet ontwikkelen en wat afwachten is hoe dat uitpakt. Op dit moment is dat nog lastig te zeggen.”


Een sprint is op de kasseien, net zoals in een etappe, een handig wapen. Rick heeft dit wapen in huis. “Ja ja ja, zeker. Ik ben geen massasprinter als Olav Kooij, maar als ik in een klein groepje zit, zoals vorig jaar in de Braakman, dan heb ik vaak nog wel een snelle sprint.”


Kramp


Toch is er nog wel een probleem. Veel Jumbo-Visma fans en andere Nederlandse wielersupporters kennen het beeld waarschijnlijk nog wel. Het is de Tour de France van 2017, etappe acht en het werd een gevecht tussen Gesink en Calmejane. De Fransman loste de Nederlander en leek naar de overwinning te rijden. Tot het moment dat de kramp erin schoot, even was er nog hoop dat Gesink terug zou keren, maar helaas. De Fransman ging juichend over de meet. Kramp in volle finale, dat is helaas een probleem waar Rick vaker last van heeft. Bijvoorbeeld in Paris-Troyes, in de laatste vijftien kilometer kwam hij nog aansluiten met een groepje. Het was een zware inspanning en hij zat daarna ook tegen de kramp aan. Nu is de vraag, hoe kan je dit oplossen? “Ja dat is heel lastig, want het is een beetje een raar iets. Je moet goed drinken en goed eten. Met drinken heb ik nog wel moeite, maar ook als ik genoeg drink heb ik het soms nog. Het is lastig om het zo in één keer te verbeteren. Ik heb ook koersen dat ik het niet heb bijvoorbeeld.” Irritant is het wel, want met kramp kan je niet het maximale resultaat eruit halen.


Laatste stappen naar profwielrenner


Het maximale eruit halen is nu juist wel wat er moet gaan gebeuren. “Het is dit jaar vooral de laatste stappen zetten om naar het prof niveau te gaan. Ik wil me echt laten zien en dat kan door in koersen een paar mooie uitschieters te hebben.” Over een aantal mooie uitslagen beschikt Rick ook al, zoals de even geleden genoemde negende plek in de Antwerp Port Epic en de tweede plaats in de Omloop van Braakman. Dit jaar werd er al een zesde plek in Paris-Troyes gehaald en was hij onderdeel van het team dat Vingegaard naar de winst in Coppi e Bartali hielp. Le Samyn heeft ook op het programma gestaan, maar dit was een minder groot succes (83e). Tevreden was Rick dan ook niet. “Neehehehe (lacht) dat was echt een offday. Ik was na het tweede trainingskamp een beetje vermoeid. Het was de ene dag heel goed en de volgende dag totaal niet. Le Samyn was dan echt zo’n dag dat het niet goed ging. Ik had dan ook nog een valpartij en een fietswissel, dus dat zat ook niet mee. Halverwege koers had ik niet veel meer over en was het vooral volgen, dus daar ben ik zeker niet tevreden over. Ik heb daarna ook even goed rust gepakt.”


Corona


Door corona vallen er helaas, voor de Academy, veel wedstrijden weg. “Ja vorig jaar dan baalde je, maar nu stel je je er al op in dat die kans er in zit. Alles wat doorgaat is mooi meegenomen. De ploeg helpt ons hier ook goed bij. Zo is er in april een periode zonder wedstrijden, daarom gaan we op trainingskamp.” De naam Jumbo-Visma komt ook goed van pas. “Doordat wij die naam hebben, is het vaak makkelijker om bij koersen binnen te komen. Als je ziet wat wij rijden in vergelijking met andere Nederlandse continentale ploegen, dan zijn wij in het voordeel met deze naam.” Het geeft maar aan wat de status van de ploeg is op dit moment.


Het WK in Vlaanderen


Zoals al eerder genoemd, moeten renners in de beloftenploeg doelen opstellen. Voor Rick ligt dat doel bij het WK. “Het doel is natuurlijk om het WK te mogen rijden, zeker in Vlaanderen. Het is een parcours waar ik graag op rijd en wat mij ligt.” Voor het WK moet je natuurlijk wel geselecteerd worden en de concurrentie is groot. “Ja ik denk wel dat ik kans heb, het is een rondje dat mij ligt en dat weet de ploeg en de bondscoach waarschijnlijk ook wel. Als ik goed presteer, dan zit die kans er wel in.” Als je start kan je ook winnen. “Ja, maar ik vind het lastig om dat nu te zeggen, omdat je niet weet of je er start of niet.” Een overwinning, of het nou op het WK of ergens anders is, wordt wel geambieerd. “Ja ik denk wel dat het mogelijk is, zoals ook gister (zesde), dan zit je er wel gewoon dichtbij. Het betekent dat je in de finale zit en als je in de finale zit kan je hem ook winnen.”


Maar het ultieme doel, als je in een opleidingsloeg rijd, is natuurlijk de stap naar de hoofdploeg maken. Het worden van profwielrenner is uiteindelijk waarvoor je het allemaal doet, maar de concurrentie is groot. “Ik denk dat we met heel veel jongens op een heel hoog niveau zitten, dus ik zou niet zeggen dat er een bovenuit steekt. Ik denk dat we allemaal wel onze eigen kwaliteiten hebben en dat we allemaal op onze eigen manier erg goed zijn.” Of Rick zelf tot de kanshebbers behoort voor de stap hogerop is de vraag. “Nee, het is nog niet heel duidelijk of het dit jaar al is, of misschien volgend jaar. Fysiek denk ik dat het wel te doen is.” Met Sierk en Robert spreekt Rick nu over de kers op de taart. “Dat het echt nog meer uitblinken wordt en dat het duidelijker wordt dat ik het aankan. Ze hebben wel vertrouwen in mij, dus dat is wel fijn.”





Rick tijdens het trainnigskamp in januari van dit jaar.