Terug naar 2020





14.2..2020





Het is het jaar 2002, het peloton zit klem in de houtgreep van het duo Lance en Johan. Eigenlijk bepalen Lance en Johan wat er gaat gebeuren. Niet tijdens alle wielerwedstrijden voeren zij de regie, maar tijdens de grootste en alles bepalende wedstrijd is hun regime keihard en allesbepalend. Lance midden in het peloton als de grote leider, Johan achter de tekentafel en in de auto, hun wil is wet.


Terugkijkend op die periode kwam je heel weinig verrassende uitslagen tegen, al helemaal niet tijdens de rondjes door Frankrijk van Lance en Johan. Toch was het jaar 2002 een speciale. Niet de einduitslag die lag vooraf al vast, Lance zou winnen en Lance won. Oké, dopingzondaars wegstrepend zou Grischa Niermann als nr. 51 van het eindklassement zomaar op het podium kunnen hebben gestaan, maar op dat moment stond Lance wel met de bloemen te zwaaien en de rondemissen te zoenen. Nee, niet de einduitslag, maar juist het begin van die Tour, daar zat de verrassing. Afgelopen zomer moest ik sterk terugdenken aan de editie van 2002. In tegenstelling tot dit jaar werd toen begonnen met een proloog (verrassend gewonnen door Lance), maar daags erna zou de gele trui een prooi worden voor de beste sprinters van dat moment.


Erik Zabel die zijn groene trui maar wat graag een keertje zou willen inruilen voor een gele. Dat Robbie McEwen dezelfde groene trui won in Parijs was toch een kleine verrassing, maar ook hij had graag in het geel rond gereden door Luxemburg en omgeving. Als het Zabel of McEwen niet zou worden, dan was daar altijd nog die dekselse Oscar Freire. Pieken op het juiste moment kon je wel aan hem overlaten. De tourorganisatie had al een klein geel truitje voor hem klaarliggen, althans dat hadden Lance en Johan hen aangeraden. Hoe anders verliep het. De eerste rit door de Luxemburgse velden was glooiend, maar niet dusdanig zwaar dat er niet gesprint zou kunnen worden. Alles en iedereen keek naar de grote drie, wie zou er gaan winnen? Niet dat hij een pannenkoekenbakker was, maar als een duveltje uit een doosje was daar ineens de Zwitser Rubens Bertogliati.

Zijn proloog was prima geweest, maar zijn uitval in de laatste kilometers was fenomenaal. Alles en iedereen stond perplex, Rubens zelf niet minder. Niet alleen pakte hij de dagprijs, niet alleen een knuffel van de rondmiss, nee hij kreeg zelfs het knuffelleeuwtje als nieuwe gele trui drager zijnde.


Was het 6 juli 2019 niet ook zo? Was het parcours niet ook glooiend, maar niet glooiend genoeg zodat gewoon gesprint kon worden. Ging Dylan Groenewegen niet even de gele trui ophalen? Anders zou Elia Viviani of Caleb Ewan dat toch doen? Hoe anders liep het, ineens kwam daar als een duveltje uit een doosje Mike Teunissen opzetten. Alles en iedereen stond perplex, Mike zelf niet minder. Niet alleen pakte hij de dagprijs, niet alleen een stevige handdruk van Eddy Merckx, nee hij kreeg zelfs, voor zijn Corine, het knuffelleeuwtje als nieuwe gele trui drager zijnde. Hoe vaak ik ook aan Rubens Bertogliati heb moeten denken afgelopen zomer, ik hoop wel dat de vergelijking tussen hem en Mike ophoudt op de dag dat deze ook begon.


Het jaar 2002 blijkt nu het hoogtepunt van Rubens zijn carrière te zijn geweest. Op een tweetal nationale kampioenschappen tijdrijden na won hij nooit meer iets, nooit meer stond hij op het podium met bloemen te zwaaien, nooit meer de fel rode warme lippen van een rondemiss op zijn wangen. Jaren fietste hij nog mee in de buik van het peloton. Van het grote Lampre waar hij begon, doofde zijn carrière langzaam uit toen hij eind 2012, rijdend bij het Amerikaanse pro-continentale Team Type 1, besloot niet meer op te stappen. Laat het een grote tegenstelling worden in plaats van een goede vergelijking.


Zoals het er vandaag uitziet, zit de carrière van Mike er nog lang niet op. Nee hij zal dit jaar niet schitteren in de Tour, nee hij zal dit jaar niet op de voorpagina staan van elke sportkrant in Europa, hoewel? Wat als hij als een duveltje uit een doosje straks op de baan in Roubaix de sprint van een groepje wint? Of moet ik dan gelijk denken aan Frédéric Guesdon?