TDF2020: De Favorieten voorbeschouwing



door Bram Ruber



Wie had dat gedacht. Een tour in augustus, een tour zonder Froome, zonder thomas of een Tour die daadwerkelijk doorgaat. Er is genoeg vreemds wat er rond de 107e editie van de Tour de France heen hangt, maar wat zal blijven is observeren, demarreren en speculeren. Met name dat laatste is in dit stadium richting de Tour iets waar we niet over op kunnen en willen houden. Zo niet anders bij TJV-supporters, zeker nu de Nederlandse formatie als een van de sterkste blokken richting het zuiden van Frankrijk afreist. Kunnen we ons al rijk rekenen met etappeoverwinningen en leiderstruien? Of is het toch zaak vooral beducht te zijn voor de concurrentie? Om die vragen met zoveel mogelijk zekerheid te kunnen beantwoorden neemt dit stuk de grote kanonnen onder de loep. Allereerst nemen we nog eenmaal een laatste kijkje in onze eigen keuken, om te zien hoe onze mannen er aan de vooravond van ‘La Grand Boucle’ nu echt voorstaan. Vervolgens fiets ik u langs de voornaamste concurrenten die er alles aan zullen gaan doen om de gele droom van Team Jumbo-Visma te mogen verstieren.





Team Jumbo-Visma: ours to lose? Vijf jaar geleden beleefde de ploeg, toen nog Lotto-Jumbo, met slechts zes zeges in een compleet wielerseizoen haar historische dieptepunt in tientallen jaren koersen. De ploeg kwam uit zwaar weer, met een grote trouwe sponsor die afhaakte en veel talenten die elders eieren voor hun geld kozen. Nu, vijf jaar later, rijdt de formatie als een waar sterrenensemble als een van de toonaangevende ploegen in het peloton. Reden? Een oerdegelijk beleid, twee stabiele sponsoren en een hechte groep aan steengoede renners. Een juist de crème van die groep zal de komende paar weken te bewonderen zijn op de Franse wegen. Het doel is tevens zo klaar als een klontje: (samen) winnen. Na het jammerlijke uitvallen van Steven Kruijswijk, is die taak toebedeeld aan de twee overgebleven kopmannen, de Sloveense ex-Schansspringer Primoz Roglic en Limburgs trots, Tom Dumoulin.


Primoz Roglic


Die vijf jaar, daar hadden we het al over. Wie toen had gedacht dat deze Sloveen nu als dé favoriet voor de eindzege in de Tour de France zou gelden, had vast een hoop geld rijker geweest. Merijn Zeeman en consorten wisten het wel, en toverden hem in amper vier jaar tijd (pas in 2016 voegde hij zich bij de geel-zwarten) om tot de beste etappekoersrenner ter wereld. Afgelopen jaar voegde hij zichzelf definitief bij de allergrootste van het peloton, door zijn eerste podiumplek in een grote ronde (Giro) en ook maar gelijk zijn eerste grote ronde (Vuelta) te pakken. Dit jaar zette hij die winnende lijn voort, en waar mogelijk (veel mogelijkheden waren er natuurlijk nog niet) verbeterde hij die met vijf overwinningen in 10 koersdagen. Maar ook mentaal deelde Roglic waar dat maar kon klappen uit, wat al begon op het Sloveens kampioenschap waar hij aan het grote Sloveense talent Pogacar even liet zien we de beste was, en eindigde dat met een machtsvertoning in de Dauphine. Het is dan ook niet voor niets dat hij vrijwel overal als de grote favoriet voor de eindzege genoemd wordt.


Er hangen echter twee grote twijfels rondom de 30 jarige Sloveen. Allereerst zijn val in de vierde etappe van de Dauphine. Roglic reed die etappe wel uit, maar werd door de ploeg uit voorzorg uit koers gehaald. De afgelopen week hingen veel twijfels rondom zijn fitheid, en of die niet aangetast zou zijn door zijn smak op het asfalt. Wat trouwens niet in de laatste plaats door de familie Roglic kwam, die via instaposts (Primoz) en interviews (zijn vrouw) de rest van het peloton nog maar eens wat zand in de ogen strooiden. Echter trainde Roglic de laatste dag van de hoogtestage in Tignes ‘gewoon’ mee met de grote mannen en verklaarde teambaas Richard Plugge dat Roglic fit aan de start van de tour zal verschijnen. Die andere grote twijfel berust op Roglic zijn prestaties in de derde week van grote rondes. Deze zijn vaak erg schommelend, en zeker niet constant te nomen. Zo was er de Tour in 2018 waar hij in de tijdrit de dag ná zijn etappezege in rit 19, het podium verloor. Was Roglic bijna geen schim meer van de klimmer die hij in de eerste weken van de Giro in 2019 was en verslapte hij ook in de Vuelta die hij desondanks won.


Nu dan, geen reden tot paniek. Waarom? Simpel gezegd: de ploeg wist dit zelf ook en heeft daar op in gespeeld. De voornaamste reden om te kiezen mij is gekozen om zo’n ijzersterke ploeg mee te nemen naar de Tour schuilt in optimale ondersteuning en keuzevrijheid, waar met name dat eerste belangrijk zal zijn voor Primoz. Gezien het profiel van week 1, en Roglic’ explosieve kwaliteiten zal (en moet misschien wel) hij hier veel tijd gaan pakken. Vanaf dan zal die voorsprong verdedigd gaan worden en op goeie dagen waar mogelijk nog uitgebreid worden. Met het team wat er nu staat kan er op slechtere dagen van de Sloveens kampioen gecontroleerd worden. Dit maakt Roglic met recht de topfavoriet voor de Tour de France 2020.


Kansen: topfavoriet






Tom Dumoulin


Tweede belangrijke pion van Jumbo-Visma is als vanzelfsprekend Tom Dumoulin. De Limburgse klassementsman (die nog steeds op zoek is naar een betere bijnaam dan ‘de vlinder van Maastricht’) heeft dit jaar zijn volledige zinnen gezet op de tourwinst. Tijdens de Tour de L’ain doorbrak hij zijn 420 dagen lang durende koersstilte, maar in de Dauphine toonde hij op het nippertje pas echt aan dat de hoop op een Nederlandse tourzege nog niet vervlogen hoeft te zijn.


Het blijft echter moeilijk in te schatten of twee goede dagen in de Dauphine voldoende zeggen over inhoud van Dumoulins motor, die toch groot zal moeten zijn wil hij serieus kunnen meedoen. Dan is daar een ander pijnpuntje, waarover het gros van de vaderlandse wielerpers nog wel eens overheen heeft gekeken de laatste weken: het parcours. Want hoe geschikt is dat nou echt voor onze Tom? Nou dat valt eigenlijk nog niet zo mee. Zo is de eerste week een uitgelezen mogelijkheid voor de echte explosieven van het peloton, waar Tom helaas niet tot gerekend kan worden. Daarnaast herkennen we slechts één tijdrit, die bovendien komt op een moment waar de Tour in potentie al beslist kan zijn.


Al met al zijn nog veel twijfels rondom Dumoulins kansen op de eindoverwinning. Desalniettemin geldt voor de Maastrichtenaar net zo goed wat voor ‘Rogla’ geldt: zijn team is natuurlijk ijzersterk wat heel wat penibele momenten al op voorhand kan schelen. Dat maakt Dumoulin, in combinatie met zijn vertoonde gretigheid (dat laatste mag ook wel, Dumoulins laatste overwinning stamt uit oktober 2018) maakt hem een belangrijke outsider voor de eindoverwinning. Nog een laatste strohalm voor de fans van Tom: deze tour passeert slechts twee keer de 2000 meter grens, iets waar zijn stoelgang niet om zal treuren.


Kansen: podium





De concurentie



Laten we het licht eens schijnen over een aantal grote namen die je op basis van hun status en resultaten mag verwachten in de strijd om de knikkers.





Egan Bernal (Ineos Grenadiers)


Te beginnen met niemand anders dan de titelverdediger: Egan Bernal. Vorig jaar kroonde hij zich tot de nieuwe prins binnen het INEOS- (vroeger Sky, vanaf de Tour Ineos Grenadiers) koninkrijk en stootte hij grootheden als Thomas en Froome fier van de apenrots. Want al mag dit Colombiaanse klimmertjes pas 23 jaar oud zijn, zijn erelijst is er nu al een om ‘u’ tegen te zeggen. De kroonprins hoefde zich tijdens de lockdown bovendien niet te vervelen, aangezien zijn thuisfront genoeg hoogtemeters bood om zo het missen van een hoogtestage irrelevant te maken. Hier fietste hij in week tot soms wel 1100 kilometer op een gemiddelde hoogte van 2.500 meter, in perspectief: het dak van de tour (Col de la Loze) ligt op 2.304 meter hoogte. En ondertussen zat het complete Europese profpeloton weg te druppen op hun Taks’.


Bernal verscheen in Occitanie aan de start als het monster dat hij vorig jaar was: hij heerste en won. Maar in de laatste confrontatie voor de tour zakte Bernal door het ijs. “Rugproblemen”, zo is de uitleg van het team. Natuurlijk een plausibele verklaring, toegegeven Bernal zat niet even mooi op zijn fiets als van weleer. Of zou het kunnen zijn dat Bernal misschien overtraind was en tegen zichzelf in bescherming genomen werd? Toegegeven is dit veelal speculatie, maar de stiekeme INEOS-fans hoeven zich geen zorgen te maken: deze jongen gaat er staan. Zoveel kilometers, zoveel hoogte, geen oude koning die zich nog een keer op jouw troon wil hijsen en als kers op de taart een tegenstander die misschien wel het vuile werk voor je op gaat knappen omdat jouw team niet meer lijkt wat het ooit was (maar nog steeds beresterk is). Egan Bernal is de te kloppen man, al lijken sommige dat soms te vergeten.


Kansen: topfavoriet


Thibaut Pinot (FDJ)


Thibaut Pinot is al lang niet meer Franse klassementshoop in bange dagen, maar een van de meest prominente uitdagers van Bernal. De schaapherder is sinds vorig jaar zelfs uitgegroeid tot een van de lievelingen van wielrenfans over de hele wereld, na zijn emotionele opgave in de 19de etappe van de Tour. Bovendien is hij met zijn 30 jaar net als Dumoulin en Roglic in de kracht van zijn carrière beland, wat betekent dat er geoogst moet worden. Over de kans die hem daarvoor dit jaar geboden wordt mag hij bovendien niet klagen, aangezien de organisatie het parcours dit jaar ogenschijnlijk opgetekend heeft op zijn advies.


Maar goed, wat is er nu leuker dan een Frans feestje verpesten. Bovendien wint het uiterlijk van een parcours je geen rondes (ter bevestiging raad ik u aan Romain Bardet eens op te bellen), daarvoor heeft men vorm nodig. En dat heeft Pinot. In Occitanie en de Dauphine bewees hij wederom strijdlustig als altijd te zijn. Maar wat hij wederom ook bewees was dat wanneer het einddoel binnen handbereik is, falen voor Pinot en FDJ altijd een optie is. Vooral zijn ploeg lijkt een groot probleem te gaan zijn wanneer Pinot al vroeg het geel zou bemachtigen, wat zomaar kan met de eerste week die in het verschiet ligt. Het zouden dan wel weer een ouderwetse bange dagen kunnen gaan worden voor Frankrijks klassementshoop….


Kansen: podium







Tadej Pogacar (UEA Emirates)


Een van de revelaties van het afgelopen wielerseizoen was onmiskenbaar Tadej Pogacar. De 21-jarige (!) Sloveen presenteert zich daarmee precies op tijd op het toneel om nog niet de nieuwe Roglic genoemd te worden, aangezien ook hij net als Bernal al een flinke erelijst bij elkaar aan het fietsen is. Samen met Evenepoel en Bernal zal hij de komende jaren zeer zeker de grote rondes gaan domineren, maar nu gaat het slechts om deze tour. De Sloveen kent een degelijke voorbereiding met top 20 noteringen in Strade Bianche en Milaan-San Remo en een mooie vierde plek in de Dauphine. Bovendien heeft deze jongeling net als Bernal al laten zien dat jeugd en onervarenheid geen probleem hoeft te zijn wanneer men debuteert in een grote ronde, met zijn derde plek in de Vuelta afgelopen jaar.


Mocht Pogacar het overigens zo ver schoppen de Tour te winnen, zou hij daarmee de opvolger worden van Laurent Fignon, die dit kunstje voor het laatst in 1983 klaarde op 23-jarige leeftijd. Het zal interessant worden deze Sloveens springveer voor het eerst op het hoogste podium te zien acteren te midden van de beste wielrenners op deze wereld en te zien of hij dan nog zo fier overeind blijft. En vergeet overigens niet dat hij op een zeer degelijk team ter ondersteuning kan rekenen. Al met al moet een mooie top vijf-notering tot de mogelijkheden behoren.


Kansen: top vijf


Nairo Quintana (Arkéa-Samsic)


Nairo Quintana wordt in zijn geboorteland Colombia nog steeds beschouwd als een van de grootste sporthelden van deze tijd. Dit jaar laat de 30-jarige Nairoman zien waarom dat zo is. Na zijn veelbesproken overstap van het grote Movistar naar het ambitieuze Arkéa-Samsic, dat een niveautje lager opereert dan de meeste ploegen deze TDF, lijkt hij aan zijn tweede wielerleven te zijn begonnen. Hij won dit jaar al vijf wedstrijden, allen bergachtige koersen, en wist als enige in de L’ain enigszins bij Roglic en Bernal in de buurt te blijven. Het leek hiermee evident dat Quintana weer eens een serieuze gooi zou gaan doen naar het podium (of misschien zelfs meer?). Ware het niet dat een knieblessure, die hij opliep tijdens een botsing met een auto tijdens training in Colombia, tijdens de Dauphine flink wat roet in het eten gooide. Hij stapte de laatste dag niet meer op om de zevende plek die hij destijds met moeite bezette, te verdedigen. Het mag voor de ploeg in ieder geval te hopen zijn dat Quintana fit is, aangezien de voltallige ploeg om hem heen gebouwd is. Overigens is dat helemaal geen slechte ploeg, met namen als Warren Barguil, Winner Anacona en Diego Rosa misschien wel de beste ProTour ploeg die in lange tijd heeft deelgenomen aan de Tour?


Kansen: wanneer geheel fit, podium. Anders, top tien.


Mikel Landa (Bahrein-Mclaren)


Het moet voor ieder die schrijft over de te verwachten prestaties van Mikel Landa elke keer weer een kwelling zijn. De voortekenen zijn vaak goed, zijn gretigheid spat er vanaf maar dan is er die ene dag waarin het allemaal misgaat voor de geboren Bask. Zijn prestaties in het criterium du Dauphine waren hier illustratief voor: twee dagen mee met de beste, aanvallend rijden en er vervolgens de laatste twee dagen volledig doorheen zakken vanwege rugproblemen. Landa claimt ondertussen volledig hersteld te zijn van deze problemen, en dus mag er gehoopt worden op een volledig fitte leider van team Bahrein-McLaren. Immers blijft Landa een van de mooiste klimmers van het peloton en moet zijn attractieve rijstijl toch eenmaal beloond worden? Laten we het hopen, maar voor een zware Tour met zo weinig voorbereiding lijkt deze voor een half-fitte Landa te vroeg te komen.


Kansen: top 10


Emanuel Buchmann (BORA-Hansgrohe)


Emanuel Buchmann is al enkele jaren stilletjes bezig aan een gestage opmars richting de top van de grote ronderenners. Zijn team BORA-Hansgrohe heeft samen met Maximiliaan Schachmann voor hem een zeer uitgekiend programma ontwikkeld waarin zijn groei het beste tot zijn recht komt. De 27-jarige Duitser wist hierdoor al op zijn 26e een vierde plek te bemachtigen in de Tour. Dit jaar was het doel dit resultaat zo mogelijk te verbeteren, maar u raadt het al: pech. Buchmann kwam op dezelfde afdaling als Steven Kruiswijk ten val en liep daarbij verschillende snij- en schaafwonden op. Erg jammer, zeker gezien het indrukwekkende staaltje fietsen waarmee hij tot dan toe bezig was in de Dauphine (op basis van slechts 10 koersdagen dit gehele jaar). Buchmann heeft aangegeven dat de valpartij hem zeker geen goed heeft gedaan en hij de situatie van dag tot dag zal gaan bekijken. Helaas voor hem dat het openingsweekend weinig mogelijkheden tot afwachten geeft.


Kansen: top tien, ivm crash.


Guillaume Martin (Cofidis)


De verrassing van de Dauphine misschien wel. Deze Franse filosoof bewees dat zijn overstap van Wanty naar Cofidis geen slechte keus geweest is. Hij reed verschillende dagen met de beste omhoog, wat hem een mooie derde plek in het algemeen klassement opleverde. Alleen dag 4 vertoonde de 27-jarige wat zwakheid, maar dit was wel na al verschillende aanvallen geplaatst te hebben. Na zijn 12de plek afgelopen jaar lijkt hij klaar om zijn eerste top tien notering binnen te gaan halen in de TDF.


Kansen: top 10


Miguel Ángel López (Astana)


Het lijkt wellicht een beetje willekeurig om deze Colombiaan op te nemen in deze lijst, aangezien hij nog weinig van zichzelf heeft laten zien de afgelopen weken. Daarentegen gaat het in dit geval niet om de uitschieters, maar om de stijgende lijn die hij vertoont in de koersen waaraan hij deelnam. De 26-jarige pocketklimmer van team Astana lijkt daarmee naar topvorm in de Tour toe te werken, wat zijn teamgenoot Luis Leon Sanchez al enigszins verklapte tijdens het Spaans kampioenschap. Daarbij kan Lopez rekenen op een sterke ploeg die hem de komende weken zal ondersteunen om uiteindelijk voor een zo hoog mogelijk resultaat te gaan.


Kansen: top 10


Daniel Martínez (EF Pro Cycling)


Wanneer je slechts naar de statistieken (5 van de laatste 8 winnaars won ook de Tour) zou kijken, zou het belachelijk zijn de winnaar van de Dauphine niet te benoemen in welke Tourpreview dan ook. Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat Daniel Martinez zich gaat voegen bij de succesvolle namen in dit prestigieuze rijtje. De 24-jarige Colombiaan heeft natuurlijk wel een geweldig talent en rijdt bovendien bij een ploeg die weet wat het is om renners op een zorgvuldige manier te begeleiden richting de top. Desalniettemin gaat deze Tour waarschijnlijk voor hem en zijn ploegmakkers te lang duren, aangezien de meesten niet meer dan 5 dagen koers, sinds de hervatting van het wielerseizoen erop hebben zitten.


Kansen: top 10


Outsiders:


Voor Carlos dan:


Bauke Mollema (Trek-Segafredo) Lijkt prima in vorm, maar de overige Trek-renners niet, waardoor er automatisch twijfels achter de naam van Bauke komen te staan. Hij kan zichzelf wel lekker verschuilen, weg van de aandacht van de vaderlandse pers. Dat moet ook wel eens lekker zijn. Zou zomaar een geweldig klassement kunnen rijden, anders gewoon lekker je ritten uitkiezen!


Richie Porte (Trek-Segafredo) Op dit moment überhaupt onbekend of hij wel voor het klassement zal gaan. Hij zal het wel weer proberen. Dan horen we op de rustdag wel waar het fout ging.


Julian Alaphilippe (Deceuninck-QuickStep) Begrijp me niet verkeerd, ik ben er zeker van dat hij op dag twee het geel pakt en dat zo lang mogelijk gaat verdedigen. Maar dit jaar zal hij vroeger stranden, zijn vorm is net niet goed genoeg voor een herhaling van vorig jaar.


Enric Mas (Movistar) Omdat er toch wel één iemand van Movistar in een preview hoort. Echter rijden ze waarschijnlijk alleen voor etappes.


Pavel Sivakov (Ineos Grenadiers) Wordt door velen gezien als dé adjudant van Bernal en wellicht zelfs tweede pijl. Zou zomaar kunnen, al blijft vermoedelijk ‘gewoon’ de vertrouwde trein gehanteerd bij Ineos. Aangezien de ploeg echter wat minder sterk is dan in verleden jaren, zal die eerder opgebrand zijn, en Pavel dus ook.