Giro D'Italia 2020 Parcours



door Carlos Pardo en Bram Ruber



Inleiding


Het had een geweldig feest moeten worden voor de Hongaren. Vanuit de Grande Partenza zou Hongarije als land op de kaart gezet gaan worden. Het Hongaarse fietsen zou een boost krijgen om de komende jaren op te klimmen. Dat ze al een aantal talenten hebben weten we. Maar helaas heeft ook hier de Corona toegeslagen en zullen voor dit jaar de landsgrenzen gesloten blijven. Het land van verse Goulash en Ferenc Puskás krijgt hopelijk later weer een kans. De niet zo Grande Partenza zal dit jaar plaats vinden in Monreale. In de schaduw van de Duomo Monreale is er wel een erg toffe proloog bedacht.





Etappe 1


Monreale – Palermo


Een korte tijdrit van 15,1 kilometer. Maar wat een heerlijke start. De renners zullen massaal op de rollers moeten warmdraaien want vanuit de start knallen ze een steile kasseiheuvel op van 1 kilometer. Daarna is het een snoekduik de afdaling in van 8 kilometer lang. De laatste kilometers spelen zich af in de hoofdstad van Sicilië. Één recht lijn naar de Via della Libertà . Kan je hier niet meer op de grote plaat malen zijn de woorden van Donnie Brasco het meest passend. “ Forget About It”






Etappe 2


Alcamo – Agrigento


Italiaanse dan deze etappe komen ze niet. De hele dag zijn de wegen glooiend. Nergens erg steil maar ook zeker niet vlak. 149 kilometer lang waar onderweg de Maglia Azzurra zal worden bestreden. Daarna is het langs de kust om in het stadje Agrigento tegen een vier kilometer lange finish heuvel op te klimmen. Na een kilometer klimmen is er een stukkie van negen procent. Hier is het smullen voor de punchers. De laatste kilometers moeten ze vol blijven houden tot op de Piazza Vittorio Emanuele om vervolgens de armen te mogen heffen.





Etappe 3


Enna – Etna


De klassements mannen hebben niet heel veel tijd om lekker in de ronde te komen. Dag drie is het gelijk vol aan de bak. Aan het eind van de dag bevinden ze zich boven op een vulkaan. Ik neem aan dat je dat ook niet elke dag kan vertellen. De Etna staat op het programma. Een vulkaan die voor het laatst vuurspuugde in 2018. Dus lekker actief ding nog. De renners beginnen na een rit vol klauter werk in Linguaglossa aan de lange klim. 18,9 kilometer aan een gemiddelde van 6,6% . Aan het einde is de weg een stuk steiler met 9% gemiddeld. De laatste winnaar in de Giro van Esteban Chaves die de zege kreeg van zijn ploegmakker Simon Yates. Wordt het een eerste test of is het op zijn Tour de France berekenend? Dat de berg een uitbarsting verdiend is wel duidelijk. Uiteraard het liefst op de flanken en niet uit de Krater.





Etappe 4


Catania – Villafranca Tirrena


Vanuit de startplaats Catania vertrekt de laatste etappe op Sicilië . De weg is relatief vlak te noemen. Onderweg is er één klein obstakel. Alhoewel klein? De Portella Mandrazzi wordt als scheidingslijn neergelegd tussen de sprinters en een eventuele ritwinst. Voor het klassement ligt hij veel te ver van de finish af. Een groep aanvallers zou kunnen maar toch is de ronde nog vers en zijn er best ploegen van de sterkere sprinters die hier wel willen controleren.De Mandrazzi is niet zwaar. Op de macht kan je deze berg beklimmen. Het gevaar zit hem vooral in de lengte. Ruim 19 kilometer klimmen op de macht is vaak energie slopend en uitputtend. Op de top is het nog 65 kilometer naar de finish. Hiervan is het 30 kilometer afdalen. Normaal gesproken genoeg tijd en ruimte om sprinters terug te brengen. Aan het eind zal denk ik de machtigste sprinter winnen in plaats van de pure snelheid. En als je het over machtig hebt dan moet je het wel over Tsaar Peter de Grote hebben. Sagan wel te verstaan die het weer eens met Bling aan de stok krijgt deze Giro.






Etappe 5


Mileto – Camigliatello Silano


Het wordt er allemaal niet eenvoudiger van. Vandaag is er een rit tussen de heuvels en het middengebergte. Er zal fantastisch landschap doorkruist worden. Voor de renners zal het voelen alsof je een heerlijk appeltaartje van je oma aan het eten bent, liggend op een spijkerbed. Klap naar klap krijgen de benen te verduren. Vanuit de start een korte klim. Dan afdalen om richting Catanzaro te klimmen. Weer afdalen en vervolgens is er de Monte Trearie. Maar liefst 17 kilometer lang maar nooit echt boven de 6% . Smalle wegen die op een lekker zomers dagje heerlijk aanvoelen als je met het dak open in de Cabrio omhoog tuft. Op weg naar prachtige plaatjes waarbij je je vrouw ten huwelijk kan vragen onder de ondergaande zon. De renners daarentegen roepen hier vooral om hun moeder om Maarten Ducrot eens te citeren. Vanaf Cosenza is er vervolgens de klim naar Valico Di Montescuro. 25 kilometer lang met stukken van 10% . Het gemiddelde ligt op 5,4%. Nee we zitten nog lang niet in de Dolomieten maar het slotstuk mag er wezen. De finish ligt in Camigliatello dat vernoemd lijkt naar een Ninja Turtle die de auditie niet is doorgekomen. Maar wat belangrijke is, is dat we niet ver van de straat van Messina af liggen. En in dat water zwemt al jaren een Haai. En die Haai heeft afdalen tot een ware kunstvorm verheven. Voor de lezers bij deze een quizvraag. Wie is de favoriet vandaag?????





Etappe 6


Castrovillari – Matera


Deze dag is bijna net als iedere andere dag in de Ronde van Italie. En dat is niet altijd een fijne gedachte voor de renners. Eigenlijk verwacht ik zo aan het einde van de eerste week wel een groep die zoals het zo mooie kan heten: Riebe de bie is. (de taalcorrectie kent deze term niet) De hele dag weer op en af richting Matera. Ideaal dagje dus voor de vlucht. Nooit erg steil maar de optelsom van al die eerste dagen zullen al aardig wat aanslag hebben gegeven. Aan het eind is het uiteraard geen vlakke finish. Het is vooral Shaken not stirred. De weg vliegt alle kanten op als je in een shake beker aan het fietsen bent. De plek is prachtig en wat zal het heerlijk vertoeven zijn op het podium. Maar voor die tijd is het No Time To Die. En laat nou net die film hier opnames gemaakt hebben. Niet verkeerd om in de voetsporen van 007 te mogen treden.





Etappe 7


Matera – Brindisi


Eindelijk is het dan zover. 143 kilometer aan vlak asfalt. De biljartkeus kunnen uit het stof want er gaat gesprint worden. Geen obstakels maar gewoon twee of drie mannen de hele dag voorop en dan de laatste vijf kilometer de sprinterstreinen de rails op gooien om een overheerlijke massasprint te maken. In de stad waar Felice Gimondi de Roze trui ooit bemachtigde is het sprintersbal. Dat de Aristocraat het helaas niet meer mag meemaken is erg spijtig maar zijn Legende leeft altijd voort. Winnaar van alle Grand Tours.






Etappe 8


Giovinazzo – Vieste


En we gaan gewoon lekker door. Heerlijk vlak fietsen voor het peloton. 200 kilometer Tirreno – Adriatico . Dus dan weet je dat je die vlakke droom kan laten varen. Maar goed dat er een zee in de buurt is. 90 kilometer langs de kust heerlijk vlak. En dan begint het feest. Na 106 kilometer is er de Monte Sant’Angelo. Vanaf daar is het eigenlijk dalend de ellende in. Vanaf hier is het een leven van pieken en dalen. Tot aan 15 kilometer voor de finish waar ze de meet al passeren is het knokken. Dan is er een ronde met één klimmetje dat dapper weerstand biedt tegen een vlakke aankomst. De Via Saragat is niets meer dan een Ardennen klim van 1 kilometer. Dus Jacob Fuglsang ken je de Roche-Aux-Falcons van 2019 nog? Sowieso is dit een rit voor een heerlijke finale die waarschijnlijk door rittenkapers wordt betwist want er is altijd een dag van morgen.





Etappe 9


San Salvo – Roccaraso


Meestal als de namen van bergen in Italië veranderen van Monte naar Passo dan is het alle hens aan dek. De Appennijnen zal gastheer zijn voor een monsterlijke dag vol strijd. In het oude Griekenland vreesden ze Kerberos. Een monsterlijke helhond met drie gigantische koppen erop. De Strijder Hercules bedwong deze hond en overwon uiteindelijk. Ook van daag hebben de renners met de Passo Lanciano, de Passo di San Leonardo en Bosco Sant’Antonio en driekoppig monster. Brute krachten zullen nodig zijn om dit beest te temmen. Daarna is het duidelijk voor wie de laatste 27 kilometer een martelgang of een triomftocht zal worden. Om naar de troon in Roccaraso te komen zullen ze eerst nog tot in dubbele cijfers moeten klimmen. Het kan niet anders dat het klassement aan gruzelementen wordt gerukt. Ben je niet goed dan zullen de Appennijnen meedogenloos zijn. Maar ben je sterk dan zal je de Hercules van het hele peloton zijn. Wat een dag zal dit worden!





Etappe 10


Lanciano – Tortoreto


Een etappe voor de klassieker specialist. Een onvervalste mini Tirreno of LBL. Net als bijvoorbeeld bij een Luik Bastenaken Luik zijn de laatste 50 kilometer als het Colosseum. Een arena waar de Gladiatoren van de weg de degens kunnen kruisen. Een lange aanloop over de nodige klimmetjes. Er schijnt zelfs ooit een legendarisch F1 circuit te zijn geweest. Aan het einde is het dorpje in en dorpje uit. Elk dorpje heeft een eigen muur. En zo is het kris-kras over muren heen hoppen. De laatste klim heeft zo’n 20% aan steilte ingebouwd. Binnen 30 kilometer zijn er ongeveer 6 steile wanden. Allemaal rond het stadje Tortoreto. Dan nog een vlak rondje van 8 kilometer om binnen te komen. Jawel in Tortoreto .






Etappe 11


Porto Sant’Elpidio – Rimini


De badslippers en zonnebrand kunnen ingepakt worden. Vandaag is het een dagje strand. We gaan met de hele groep richting Rimini. Het Benidorm van Italië. Terwijl ik dat zeg bedenk ik me dat je in Rimini toch echt wat meer geld in je portemonnee moet hebben. Het is een stad waar de mensen komen om te feesten. Hier komen mensen die hun leven even achter zich willen laten. Nergens aan denken alleen maar aan drank en feest. Zo was er ooit eens een slanke jonge man. Aan beide zijde van zijn hoofd had hij twee grote flaporen. Mensen vonden dat hij iets weg had van een olifant. Door zijn kale hoofd een strakke blik had hij ook wel iets van een piraat. Wat hij zeker had is het talent om snoeihard tegen de meest steile bergen op te fietsen. Bergop remmen in de bochten had nog niemand gezien. Hij won de Tour de France en de Giro d,italia. 1998 was het jaar van Il Pirata. Het was het jaar dat Il Elefantino sneller leek te vliegen dan Dombo. Marco Pantani was de allerbeste wielrenner van de wereld. Een vieze, harde wereld dat geen genade kende. Het wielrennen was tot op het bot vervuild en iedereen schopt tegen alles waar Pantani voor stond. Hij is meegegaan in het valsspelen en het gebruik van prestatie verhogende spullen. Op een dag zal hij echt wel zijn best hebben gedaan om alle haat van journalisten en justitie te vergeten. Diep in het glas gedoken won de pijn het van zijn levenslust. Waar ik altijd ademloos heb genoten van Marco blies hij zijn laatste adem uit in een godvergeten badplaats waar niemand echt is wie hij is. Rimini bruist maar is uiteindelijk te triest voor woorden. Dat er vandaag gesprint wordt zal duidelijk zijn. Maar de stad Rimini zal altijd bij blijven als de kruistocht van San Marco Pantani !





Etappe 12


Cesenatico - Cesenatico


De twaalfde etappe kent het keurmerk ´vluchtersetappe´. De etappe, die start en finisht in Cesenatico heeft een heuvelachtig omloop van zo´n 204 kilometer. De eerste paar kilometers zijn vlaak en dus ideaal om met een groepje weg te komen. De negen heuvels die onderweg volgen zijn een ode aan de ´Gran Fondo Nove Colli´, ´s werelds oudste fietsevenement dat dit jaar haar 50e verjaardag viert. Met zo´n 3.800 hoogtemeters in de benen rollen de renners vervolgens richting de vlakke finish in de thuisstad van Marco Pantani, de voormalige badboy van het wielrennen. Het zal ervan af hangen hoeveel jus de renners in de kopgroep na een loodzware middag nog in de benen te hebben om te bepalen of een gelukszoeker of toch een sprinter met goede klimmersbenen aan de haal gaat met de dagoverwinning.








Etappe 13


Cervia - Monselice


Onderweg vanuit het zuiden naar het Noorden van Italië dient men al eeuwenlang de Povlakte te trotseren. Zo ook in deze Giro. De 192 kilometer lange etappe van Cervia naar Monselice kent aanloop die de kenmerken heeft van het welbekende biljartlaken. Tot aan kilometer 152 is er werkelijk geen metertje stijging te bekennen, wat normaalgesproken zou duiden op een kans voor de sprinter. Ware het niet dat de laatste 40 kilometer de Euganische heuvels aangedaan worden waar de organisatie twee verraderlijke ‘muurtjes’ gevonden heeft om de sprinters een loer te draaien. De Ruccolo en Muro di Calaone kennen beiden stukjes stijging van 20%. Hierna is het nog zo’n 16 kilometer naar de finish.






Etappe 14


Conegliano - Valdobbiadene


Hoe dan ook, de winnaar van deze Giro d’ Italia moet een goede tijdrijder zijn. Het derde weekend wordt dan ook afgetrapt met de tweede individuele tijdrit, tevens de langste van het drieluikje tijdritten. Het parcours kenmerkt zich als glooiend, een kolfje naar de hand van mannen als Thomas en Nibali en in goeden doen Kruijswijk en Kelderman. De ongetwijfeld grootste uitdaging in dit 34 kilometer lange parcours is de Muro di Ca’del Poggio na 12 vlakke kilometers. De klim, 4de categorie, kent stukken van 19 procent en adembenemende uitzichten op het te komen hooggebergte van dat weekend. Op de top van de klim is het op de grote plaat langzaam naar beneden om in het dal te belanden. Hier zullen de mannen met het vermogen het ware verschil maken. De tweede ongecategoriseerde klim lijkt op het eerste oog wellicht makkelijk, maar iedereen weet dat in een tijdrit niks op het einde meer makkelijk is.





Etappe 15


Base Aerea Rivolto - Piancavallo


De vijftiende etappe op zondag 18 oktober is er een om in je agenda te zetten. Een typische met-je-luie-broek-op-de-bank-dag. De renners krijgen 185 meedogenloze kilometers aan klimmen in het hooggebergte voor de kiezen. De etappe is een eerbetoon aan het Italiaanse stuntvliegteam dat haar 60e verjaardag viert. Na een show van laatstgenoemde is het hopen dat de renners er net zo’n spektake; van maken. De etappe leent zich er in ieder geval naar. Na 50 kilometer aan langzaam oplopende stijgingspercentages vinden de renners hun eerste obstakel in de tweede categorie-klim, de Sella Chianzutan (10,6 km á 5,4%). Daarna volgen de Forcella di Priuso en de Forcella di Monte Rest (7,4 km á 8%!), beiden eveneens 2de categorie, elkaar snel op. Na een welverdiende 25 kilometer dalen zullen ongetwijfeld de matadoren van het peloton op de flanken van de Piancavallo gaan strijden om tijdswinst en de dagzege. Deze loeizware klim (14,5 km á 9,4%!) heeft de Cima Pantani gekregen, het predicaat dat sinds 2004 wordt gegeven aan de berg die het beste de herinnering aan El pirata levend houdt. Tevens was het de klim waar Tom Dumoulin in 2017 het roze aan Nairo Quintana verloor.








Etappe 16


Udine - San Daniele del Friuli


Na de tweede rustdag kunnen de renners direct hun borst nat maken voor de op-een-na-langste etappe van deze Giro. De 229 kilometer lange etappe doet heuvelachtig voor en lijkt een mooie prooi te gaan worden voor de klassiekerspecialisten. De etappe kent vijf gecategoriseerde beklimmingen van de derde categorie en een van de tweede categorie, die aangezien zijn vroege ligging in de etappe als perfecte springplank voor enkele ambitieuze vluchters zal dienen. Het heuvelachtige parcours eindigt in een lokale omloop dat driemaal gereden zal worden en waarin twee klimmetjes liggen opgenomen. Met name de tweede, de Monte di Ragognam (2,8 km á 10,4 %), zal als scherprechter in deze etappe gelden. Mocht dat nog niet genoeg om het kaf van het koren te scheiden, kent de laatste kilometer in San Daniele ook nog eens stukken van zo’n 20%. Vuurwerk verzekerd!






Etappe 17


Bassano del Grappa - Madonna di Campiglio


De reden dat een vluchtergroep in etappe 16 zo goed als zeker de kans kreeg? Het tweeluik aan etappes dat op woensdag en donderdag in het verschiet ligt. Te beginnen op woensdag. In maar liefs 203 kilometer van Pinzolo naar Laghi di Cancano dienen de renners drie verschrikkelijke Italiaanse Alpenreuzen te overwinnen. Allereerst de Forcella Valbona, een 22 kilometer lange klim met een gemiddelde van 6,6%. Na een lange afdaling doemt de Monte Bondone op, wederom erg lang (20km) maar onregelmatiger dan zijn voorganger en met een gemiddelde van 6,8 procent. De derde klim van de dag is een relatief makkelijke klim van 3de categorie, maar zal desondanks toch flink pijn doen op dat moment voor de meeste renners. Wie onder aan de top van de Madonna di Campiglio geen goede benen heeft zal waarschijnlijk veel tijd gaan verliezen. Niet door de moeilijkheid (12,5 km á 5,7 procent) maar door de enorme slijtageslag die tot dan toe al plaatsgevonden heeft. Diegene die nog wat over heeft zal zeer waarschijnlijk met een select groepje aan klassementsmannen voor de dagzege strijden.





Etappe 18


Pinzolo - Laghi di Cancano


De tweede achtereenvolgende bergetappe leidt de renners van Pinzolo naar Laghi di Cancano. Ook deze etappe zal het doorzettingsvermogen van veel renners op de proef stellen en is meer dan 200 (207) kilometer lang. Er hangt echter wel een grote ‘maar’ oven de etappe die de Stelvio-pas zal trachten te bedwingen: staat het weer eind oktober een sneeuwvrije passage toe? Als dat zo is liggen er 5400 hoogtemeters in het verschiet met naast de Stelvio nog eens drie beklimmingen met finish bergop. De eerste berg, de met als 2de categorie bestempelde Campo Carlo Magno, wordt meteen vanuit de start bedwongen en leidt de renners in haar afdaling richting de Franse Alpen. Eenmaal aangekomen in Frankrijk start de beklimming van de relatief onbekende Passo Castrin/Hohmandjoch, die een gemiddeld stijgingspercentage van 9% kent. Vanaf daar is het knikkebenend fietsen tot aan de voet van de gevreesde Stelvio, met haar 25 legendarische kilometers, 48 haarspeldbochten, hoogtemeters boven de 2000 meter en tegen een gemiddelde van 7,5%. Mocht dat nog niet genoeg zijn volgt er een laatste beklimming richting finishplaats Cancano (8,7km á 6.8%). Alleen de hele grote gaan hier meedoen om de overwinning.








Etappe 19


Morbegno - Asti


Etappe 19 is de reden voor de sprinters deze Giro om zich over de bergen heen te trekken. Want de langste etappe van deze Giro is zo plat als een dubbeltje. Het is echter maar de vraag of er nog echte topsprinters over zijn na zo’n ongelofelijk zware week, en er dus misschien wel kansen liggen voor vluchters. De etappe eindigt in Asti, gelegen in de buurt van het Comomeer.






Etappe 20


Alba - Sestriere​


Met al dat klimgeweld is het werkelijk nog ongelofelijk dat de koninginnenrit nog moet komen, maar het is echt waar. De Italiaanse organisatie heeft zichzelf wederom overtroffen is het samenstellen van het zwaarste grote rond-parcours dat het zich geeft, en de twintigste etappe is het neusje van de zalm. Schrijf op: zaterdag 24 oktober 2020, 198 kilometer van Alba naar Sestiere. 5000 hoogtemeters herbergen in totaal drie legendarische bergpassen met een mytische laatste klim richting Sestriere. Meteen vanaf het begint het klimmen van 200 meter hoogte tot aan 2744 meter, op de top van de Agnello. Het routeboek geeft aan dat de klim ‘slechts’ 21,3 kilometer is (tegen 9,3%), maar reken daar maar gerust een kilometer of 70 bij op, zeker na drie van zulke weken. Wanneer iedereen op de top al zijn spieren in zijn lichaam driemaal gevoelt heet, is het dalen geblazen. Die afdaling kennen fans van TJV maar al te goed, want het was deze afdaling waar Steven Kruijswijk zijn Giro-overwinning in 2016 in een berg sneeuw zag verdwijnen. Trauma’s achtergelaten volgt de beklimming van de bekende Col d’Izoard, 14,2 kilometer op een gemiddelde van 7,1%. Terug richting ‘Bella Italia’ wacht de laatste klim van de Giro op de toppers in het klassement: de skipas richting Sestriere. De 11,4 kilometer zijn relatief regelmatig á 5,9%, maar de 44 kilometer aan reeds bedwongen hoogtemeters zullen zeer zeker hun tol eisen.





Etappe 21


Cernusco sul Naviglio - Milan


‘Eindelijk, Milaan!’, zullen vele renners in het peloton denken wanneer de Giro zich op zondag 25 oktober opmaakt voor de laatste etappe. De afsluitende tijdrit valt door alle ‘coronapirikelen’ samen met Parijs-Roubaix en de openingsrit in de Vuelta. Oftewel, zorg dat je trainingsbroek vers is gewassen en de kinderen het huis uit zijn, want dit wordt een heerlijke wielerdag. Het valt trouwens nog te bezien hoe beslissend het afsluitende rondje in Milaan gaat zijn voor het algemeen klassement. Enerzijds omdat er slechts 15 vlakke kilometers resteren waarin meestal niet heel veel goed te maken valt. Anderzijds omdat na zoveel hoogtemeters het bijna ondenkbaar is dat er niemand als onbetwiste sterkste man zal komen bovendrijven op dit punt. Maargoed, 2020 is blijft op veel fronten een heel vreemd jaar en door de Tour weet iedereen dat niks vaststaat totdat een grote ronde voorbij is. Laten we (Nederlanders) ons er in ieder geval aan vasthouden dat de laatste keer dat de Giro eindigde met een tijdrit in Milaan, er twee Nederlanders op het hoogste treetje van het podium mochten staan.