Geen Match





24.8,2020



10 jaar, 10 edities, 1 overwinning voor Jumbo – Visma en voorgangers. Dat is het verhaal van het Nederlands kampioenschap dit decennium. Die ene overwinning komt van Dylan Groenewegen, behaald in 2016 met overmacht werden Wouter Wippert en Wim Stroetinga verslagen in de sprint. Hoe anders is dat in de andere jaren, de grootste Nederlandse ploeg met steevast een overtal aan renners en het NK hebben geen goede verhouding.


2017 zou je kunnen vergelijken met afgelopen WK, iedereen wist dat Matteo Trentin veel sneller is dan Mads Pedersen het kon niet meer mis voor de Italiaan. Maar dan toch blijkt de wedstrijd zijn tol te hebben geëist. Op het NK was dat met Groenewegen en Sinkeldam in de hoofdrol. In 2018 komt Mathieu van der Poel met onverwachte snelheid opzetten. Blijft je bij door de gladde inhaal manoeuvre met een duwtje op het achterwerk, van Sinkeldam glipt van der Poel zo er voorbij en weet hij zichzelf vanuit goede positie te lanceren. 2019. Mike Teunissen op de 25e stek is de eerste renner van de ploeg. Danny van Poppel passeerde de lijn als tweede maar werd terecht teruggezet wegens afwijken van zijn lijn. Sinkeldam had daar echter niks meer aan en Jakobsen pakte de driekleur.


Dit jaar waren de voortekenen al matig, Teunissen moet dit parcours met de Col du VAM (een afgetopte vuilnisbelt) goede gelegen hebben. Hij ontbrak echter wegens blessures. Het moet komen van Eenkhoorn en Roosen op een parcours dat Mathieu van der Poel goed ligt. Eerdere kampioenschappen was de tactiek soms ondermaats, altijd maar gokken op de sprint en niet het overtal benutten. In mijn ogen was die tactiek in deze editie prima wat resulteert in een 3e plek, menigeen had echter kritiek en daarom ook dit onderwerp. De situatie is Mathieu van der Poel met 2 ploeggenoten, pak m beet 10 Jumbo – Visma renners, een paar eenlingen genaamd Sinkeldam (altijd goed op het NK), Eekhoff (man in vorm) en Langeveld, JW van Schip en Havik. Mathieu van der Poel kan die VAM – berg uitstekend aan, eigenlijk 2 korte inspanningen achter elkaar met op het vlakke smalle wegen die korte pieken verteert hij waarschijnlijk bovengemiddeld zoals alle veldrijders. Zie ook de verrassend goede prestatie van Corne van Kessel, in de winter een veldrijder.


Als je tegenstander sterker is maar jij het overtal hebt kan je een paar dingen doen en niet doen. Één van de dingen die je sowieso niet moet doen is de wedstrijd hard maken, een uitputtende wedstrijd is altijd in het voordeel van de sterkste. Dat was het probleem vandaag, het parcours met die dubbele korte beklimming was van nature al zo lastig dat de Jumbo mannen de adem werd afgesneden. Als je de beklimming steeds hard oprijd put je iedereen uit, ook je ploeggenoten en omdat Mathieu van der Poel de sterkste was trekt hij dan sowieso aan het langste eind. De manier was dus aanvallen op het vlakke, wegkomen zonder van der Poel. Met 90-70km te gaan en waarschijnlijk daarvoor ook buiten de uitzending heeft het aanvallen geregend. Vooral van Emden, van der Hoorn en Lindeman probeerden het. Daar was echter Riesebeek, ploeggenoot van Mathieu, z’n gewicht in goud waard. Wat niet al door de vele gegadigden zelf om zeep werd geholpen loste hij wel op.


Met nog 70km te gaan begon de tank van Riesebeek aardig leeg te raken en op dat punt heeft Alpecin – Fenix de wedstrijd in handen genomen. In plaats van te reageren viel Mathieu van der Poel zelf aan op het vlakke, hij dwingt de sterkste Jumbo renners om zelf in zijn wiel te springen en kruit te verschieten. Hierdoor kunnen de Jos van Emdens al niet meer weggeraken op het vlakke deel van het parcours en Mathieu onder druk zetten. De afbouw word pas echt ingezet op 58km als van der Poel op de Col du VAM een demarrage plaatst, alleen Eenkhoorn blijkt sterk genoeg om te reageren. De vroege solo vind ik een slimme zet van Alpecin – Fenix, als hij blijft zitten en later pas gaat aanvallen kan hij onderdruk gezet worden door aanvallen vanuit kamp killer wasps, alleen doen moet van der Poel het toch. Daarna blijkt ook Eekhoff beter met zijn krachten omgesprongen en wordt het voor Roosen zijn eerste podium op een NK, een schrale troost maar er was niks aan te doen.


Jonatan







Roosen, Eenkhoorn en Van Emden op weg naar de finish, onderling strijdend voor de laatste plek op het podium. Uiteindelijk trok Timo aan het langste eind.